Ketelwald

Ketelwald is de middeleeuwse naam voor het eens gesloten bosgebied tussen Nijmegen en Xanten. Ooit was het een uitgestrekt oerbos, maar tegen het einde van de middeleeuwen was het al in min of meer losse delen uit elkaar gevallen. Het bosgebied beslaat tegenwoordig nog zo'n 9.000 ha, waarvan het Duitse deel (Reichswald) vrijwel volledig in bezit is van de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Aan de Nederlandse kant is de eigendom sterk versnipperd geraakt. De grootste eigenaar is Staatsbosbeheer (Groesbeeks bos, Duivelsberg), gevolgd door Natuurmonumenten (St. Jansberg, Mookerheide, bossen rond Mook).

De naam Ketelwald is afgeleid van Ketila of Kelkt. Daarmee wordt het bosgebied in enkele middeleeuwse oorkonden aangeduid. De herkomst van het woord is niet zeker. Het zou te maken kunnen hebben met de betekenis van 'ketel' als vruchtbare laagte (bijv. het Keteldal in Beek, maar ook met de Keltische term Ketila dat vee of runderen betekent. De meeste bossen werden toen gebruikt voor het hoeden van vee.